'Rare jongens'; Enkele ervaringen met lessen interculturele taalbeschouwing

Bartie Thijs

Samenvatting

Informeel hoorde ik laatst dat men er op het Ministerie van O & W van uitgaat dat minstens de helft van alle scholen voor voortgezet onderwijs niets aan intercultureel onderwijs doet, ook al is ICO (een gangbaar geworden afkorting voor intercultureel onderwijs) sinds bijna anderhalf jaar wettelijk voorgeschreven. Aan gebrek aan nieuw lesmateriaal kan dat niet liggen. Voor het eerste en tweede leerjaar van het vo zijn er de laatste jaren nogal wat lespakketten verschenen, die tezamen, althans kwantitatief, een indrukwekkende berg vormen. Een overzicht van ICOmateriaal voor het vak Nederlands gaf ik in de dit jaar verschenen bundel Intercultureel onderwijs per vak bekeken (Thijs 1990). Wat grote groepen leraren denk ik niet bekend is, is hoe je in de praktijk met dit materiaal kunt werken, wat de valkuilen zijn, welke unieke elementen erin zitten, welke selectie je als leraar zelf kunt maken e.d. Praktijkgericht onderzoek ontbreekt nog vrijwel. En dat is jammer, want gegevens uit de lespraktijk zouden 'niet-ICO'-leraren over de streep kunnen trekken om op een manier die bij hun lesgeven past, één of meer intercultureel getinte lessenseries te geven. Voor Levende Talen voerde ik twee gesprekken om iets te weten te komen over ervaringen met één van die nieuwe lespakketten, namelijk Met het oog op taal (Boonstra e.a. 1990). Het pakket bevat lessen vol wetenswaardigheden over taal en taalgebruik, steeds in meerdere of in mindere mate gerelateerd aan etnisch-culturele verhoudingen.

Trefwoorden


Intercultureel onderwijs; ICO; taalbeschouwing

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.