Bedreigd domein of de vrees voor verfröbeling; Recente internationale ontwikkelingen in het literatuuronderwijs

Wam de Moor

Samenvatting

Als bekend beperkt de huidige wetgeving omtrent de eisen voor het literatuuronderwijs zich in ons land tot de formulering 'door de kandidaat gelezen letterkundig werk'. In het Rijksleerplan (1975) staat in de eerste drie leerjaren mavo/havo/vwo 'het lezen en bespreken van literatuur' op het rooster, met voor de derde leerjaren en het vierde leerjaar mavo de toevoeging 'met gebruik van elementaire letterkundige begrippen'. In 4 en 5 havo en 4, 5 en 6 vwo behoort de docent Nederlands literatuur te behandelen 'voornamelijk door een aantal belangrijke werken uit enkele perioden en/of stromingen te lezen en te bespreken, en deze, voor zover voor een goed begrip nodig is, in de tijd van hun ontstaan te plaatsen' (citaten ontleend aan Thissen 1988, p. 17). Tekstkeuze noch werkvormen zijn voorgeschreven. Wam de Moor geeft in een overzichtsartikel de stand van zaken in andere landen weer.

Trefwoorden


Literatuuronderwijs; literatuurdidactiek; vergelijkend onderzoek; buitenland

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.