Met andere woorden; Een onderzoek naar de omvang van de receptieve woordenschat van anderstalige brugklasleerlingen

Moniek Sanders

Samenvatting

Het aantal anderstalige leerlingen binnen het voortgezet onderwijs in Nederland neemt de laatste jaren sterk toe. Een groot deel van deze leerlingen, onderinstromers genoemd, heeft in Nederland al wel enige jaren basisonderwijs gevolgd. Uit de Nederlandse doorstroomcijfers blijkt

dat deze leerlingen niet dezelfde kansen in het onderwijs hebben als Nederlandse leerlingen. In Amsterdam bijvoorbeeld ging in 1987 ongeveer driekwart van de Marokkaanse en Turkse leerlingen naar het lbo, terwijl dat bij de autochtone leerlingen nog geen 40% was. Maar 1 a 2% van de Marokkanen en Turken ging naar het havo/vwo, tegenover 20% van de autochtone kinderen (Van Helvert & Kroon 1989).
Eén van de belangrijke factoren die een negatieve invloed heeft op schoolsucces is de onvoldoende taalvaardigheid van leerlingen in het Nederlands. Leerlingen spreken thuis vanaf hun geboorte meestal de moedertaal, terwijl ze als ze hier op school komen Nederlands moeten spreken. Omdat men binnen het voortgezet onderwijs nog niet veel ervaring heeft met allochtone leerlingen, wordt er momenteel veel aandacht besteed aan het zoeken van een voor hen geschikte aanpak. Het onderzoek waarvan ik hier verslag doe beoogt een bijdrage te leveren aan zo'n aanpak.


Trefwoorden


Woordenschat; allochtonen; schoolsucces

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.