Het nut van de rode pen. Of, hoe en wanneer correctie bijdraagt aan de schriftelijke taalvaardigheid van tweedetaalleerders

Catharine van Beuningen

Samenvatting

Voor veel leerlingen in het Nederlandse voortgezet onderwijs is de instructietaal (het Nederlands) niet hun eerste taal. Onderzoek heeft aangetoond dat van deze tweedetaalverwervers de  schoolloopbaan minder succesvol verloopt dan van leerlingen voor wie het Nederlands wel de thuistaal is (Gijsberts & Herweijer, 2009). De achterstand is deels te verklaren uit het feit dat deze leerlingen het Nederlands onvoldoende beheersen om te kunnen voldoen aan de hoge talige eisen die het onderwijs stelt. Aandacht voor taal is daarom van groot belang, niet alleen tijdens de lessen Nederlands maar ook in zaakvaklessen (bijvoorbeeld biologie, aardrijkskunde). Veel meertalige scholen passen dan ook een taalgerichte benadering toe in hun vakonderwijs (Hajer & Meestringa, 2004). Binnen deze benadering wordt (onder andere) groot belang gehecht aan het bieden van voldoende mogelijkheid tot zowel mondelinge als schriftelijke taalproductie en het geven van feedback op taalgebruik. Eén van de cruciale vragen is hoe feedback op het schriftelijke taalgebruik van tweedetaalleerders eruit moet zien. Een gangbare vorm van talige feedback is correctieve feedback (CF). CF kan gedefinieerd worden als elke indicatie aan de leerder dat zijn gebruik van de doeltaal niet correct is (Lightbown & Spada, 2006, p. 197). Hoewel CF in de onderwijspraktijk veelvuldig gebruikt wordt, is de effectiviteit van deze feedbackmethode  al decennia lang onderwerp van een fel academisch debat (Truscott, 1996). De vraag die in dit artikel centraal staat, is of, hoe en wanneer CF een positieve bijdrage levert aan de schriftelijke taalvaardigheid van anderstalige leerlingen in het voortgezet onderwijs.


Trefwoorden


vo; tweede taal; meertalig onderwijs

Volledige tekst: PDF

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.